Alles is vervangbaar
De krant van vandaag is morgen niks meer waard. De vis die vandaag gevangen is moet morgen verkocht worden. Ik heb vandaag sla gegeten bij het avondeten maar er was natuurlijk heel veel over. Dat gaat niet in een bakje maar in de prullenbak. Als ik volgende week weer zin heb in sla, dan koop ik nieuwe. Op het werk haal je koffie in een papieren bekertje. Als ik eerst thee heb gedronken en als ik later zin heb in koffie, dan pak ik een nieuw bekertje. Alles is vervangbaar.
Ik vertel niks nieuws. Maar vorige week kwam ik tot een nare ontdekking. Zelfs ik ben vervangbaar.
Op dit moment loop ik stage bij het bedrijf van mijn dromen. De eerste maanden heb je het gevoel dat je de wereld aan het redden bent. Want zonder mij geen website en zonder mij geen bezoekers. Na een aantal maanden zakt dat gevoel maar de spanning blijft. Niet alle dagen zijn leuk, maar meestal loop ik stralend naar de trein. Maar dan het moment dat er sollicitanten komen voor mijn plek. Natuurlijk weet ik dat ik niet eeuwig stage kan lopen en dat eind januari mijn laatste dag is, maar ik wil graag geloven dat ik het werk bijzonder maak. En vooral, dat ik niet vervangbaar ben. Ik wil niet vervangen worden, niet thuis en niet op mijn werk.
